In mijn jaren in de automotive heb ik het regelmatig gezien. Iemand is goed in zijn vak, kent de klanten, weet hoe het bedrijf werkt en krijgt op een gegeven moment de kans om leiding te gaan geven.
Dat lijkt een logische volgende stap. En vaak is dat het ook. Maar er verandert wel iets wezenlijks. Waar je eerst vooral werd gewaardeerd om wat je zelf kon, wordt ineens van je verwacht dat je ervoor zorgt dat anderen goed kunnen functioneren.
Ik heb ook gezien dat juist daar de eerste valkuil kan ontstaan. Als je gewend bent om zelf problemen op te lossen, is het verleidelijk om dat als leidinggevende te blijven doen. Je weet tenslotte hoe het moet. Maar daarmee ben je nog niet automatisch aan het leidinggeven.
Leidinggeven is een ander vak.
Van zelf doen naar anderen laten groeien
Toen ik zelf meer verantwoordelijkheid kreeg, moest ik daar ook mijn weg in vinden. Zelf iets aanpakken geeft vaak snel resultaat. Je weet wat je wilt, neemt een besluit en gaat verder. Maar zodra je leidinggeeft, gaat het niet meer alleen om wat jij voor elkaar krijgt.
Je moet mensen de ruimte geven om zelf beslissingen te nemen, fouten te maken en daarvan te leren. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het niet altijd. Zeker niet wanneer de druk hoog is en je zelf al ziet hoe iets opgelost kan worden.
Voor mij zit daar een belangrijk verschil tussen een goede vakman en een goede leidinggevende. De vakman laat zien wat hij zelf kan. De leidinggevende helpt anderen om beter te worden in wat zij doen.
Ook bij het vliegen
Bij het vliegen herken ik iets vergelijkbaars. Goed kunnen vliegen is één ding. Iemand anders leren vliegen vraagt iets anders. Dan gaat het niet alleen om wat je zelf weet en kunt, maar vooral om wanneer je iets uitlegt, wanneer je een vraag stelt en wanneer je iemand de ruimte geeft om het zelf te ervaren.
De verleiding om in te grijpen is er natuurlijk. Zeker als je zelf al ziet wat er anders kan. Maar als je alles direct overneemt, leert de ander daar weinig van.
Je hoeft niet alles meer zelf te doen
Misschien is dat wel een van de lastigste veranderingen wanneer je voor het eerst leiding gaat geven. Je kennis en ervaring blijven belangrijk, maar je hoeft niet meer overal zelf tussen te springen.
Dat betekent niet dat je afstand neemt of mensen aan hun lot overlaat. Je blijft betrokken, stelt duidelijke verwachtingen en bent er wanneer dat nodig is. Maar je geeft ook vertrouwen en ruimte om het zelf te doen.
En soms gaat dat anders dan jij het zelf zou hebben aangepakt. Dat hoeft niet meteen verkeerd te zijn. Ook dat heb ik moeten leren.
Een andere rol
De stap van vakman naar leidinggevende vraagt dus meer dan een nieuwe functietitel. Je rol verandert. Minder zelf oplossen en meer zorgen dat anderen hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.
Dat lukt niet van de ene op de andere dag. Ook leidinggeven leer je voor een groot deel door het te doen, fouten te maken, terug te kijken en het de volgende keer anders aan te pakken.
Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet: wat kan ik zelf? Maar: wat hebben mijn mensen van mij nodig om hun werk goed te kunnen doen?